De prinses kan zich prima zelf redden

Coverafbeelding van: De prinses kan zich prima zelf redden

Trefwoord(en)
poëzie
sprookjes
liefde
vrouwen
moeders
opgroeien

Genre
poëzie

Vanaf
16 jaar

Amanda Lovelace is een populaire Amerikaanse schrijfster die beroemd werd door haar poëzie op Tumblr en op Instagram. In 2016 werd ze uitgeroepen tot ‘Goodreads Poet of the Year’.
Deze dichtbundel is de eerste van een serie onder de noemer ‘Women are some kind of magic’ die zij schreef tussen 2016 en 2019. Hij gaat vooraf aan ‘De heks belandt dit keer niet op de brandstapel’ (2021).
In deze opener legt ze haar eigen leven en -geschiedenis onder de scalpel als “een meisje dat de rauwe, ongepolijste en voornamelijk ontwrichte stukjes van haar ziel blootlegt.” De verhalende en autodidactische verzen ordent ze in 4 thematische delen.
In het eerste deel – de prinses – rekent zij af met haar moeder (“er was nooit genoeg alcohol om mijn moeder warm te houden in een huis zo koud als het onze”) en haar eerste minnaar (“jij hebt de hoofdrol in al mijn nachtmerries”), verheerlijkt ze haar liefde voor boeken en taal (“mijn meest trouwe minnaar”) en pakt ze de duivels van lang geleden aan: de vijandige wereld van het diëten en de eerste menstruatie.
In het tweede deel – de jonkvrouw – omschrijft ze haar verdere leven onder het juk van de moeder uit, maar het blijkt geen verschil te maken (“Ik verruilde slechts de ene toren voor de andere”). Haar moeder kreeg kanker en werd zwaar ziek, maar haar zus overleed nog voor haar moeder. En zij was niet de enige. (“de dood was mijn trouwste metgezel, zij was de enige die kwam zonder dat je het vroeg – de enige die nooit wegging.”) De demonen uit haar leven leverden haar inspiratie tot dichten. Onverbloemd en cru, pijnlijk en hard, taboeloos, direct en zonder scrupules. Maar af en toe is er een lichtpunt (“mijn barsten zijn nu gevuld met goud”) en in de overgang naar het volgende deel komt er eindelijk licht in de duisternis (“de prinses sprong uit de toren en merkte dat ze al die tijd al vliegen kon.”)
Daarna volgt een derde deel – de koningin – waarin ze beschrijft hoe de prinses uit haar as verrees. Hoe ze de ware liefde vond en zich bevrijden kon van haar draken en demonen.
Tot slot, in het vierde deel, spreekt ze de lezer aan – jij – en roept ze op tot emancipatie en bevrijding. Zij pleit ervoor om veel te lezen en om je eigen verhaal te schrijven en besluit met thema’s die eerder aan bod kwamen, maar nu vanuit een kracht die de winst is van  haar lange strijd.
Het is een hele boterham, 200 pagina’s lang, die voortdurend balanceert tussen sprookje en realiteit, tussen magie en frustratie. Hard, confronterend en dood-eerlijk. Maar door de knappe opbouw laat zij het (nodige) licht wel toe en reikt ze haar lezers tools aan om hun leven in handen te nemen.
Wat het geheel ook bijzonder maakt, is de vormgeving. Elk vers, ook al is het maar 1 zin, krijgt de nodige ruimte, waardoor het geheel een ritme heeft dat nooit overladen is. Daardoor krijg (en neem) je de tijd om de woorden bij je naar binnen te laten komen.
Het is een heel eigen stijl van poëzie die sommigen zullen haten en anderen omhelzen. Maar onverschillig kan het niemand laten.

Eric Vanthillo - augustus 2021

Zoek op bib.be

Auteur
Amanda Lovelace   

Uitgeverij
Muse   


Jaartal
2020

ISBN
9789045326108

Aantal pagina's
201

Prijs
€14,99


Vertaald uit
Engels

Originele titel
the princes saves herself in this one

Vertaler(s)
Anne Oosthuizen