Boeken per soort

Het verhaal begint op een eiland hier ver vandaan. Jan Toorop groeit er op in een tijd dat de foto’s nog zwart-wit waren en er nog geen bioscoop bestond.

De vrienden Gloob & Teo liggen op een zonnige dag genietend naar de wolken te kijken.

Gloob & Teo zijn dikke vrienden. Op een dag geeft Gloob een bloem aan Teo. Trots zet hij zijn bloem voor het grote raam, zodat iedereen haar kan zien.

Een jongen logeert in het bos. In zijn tent is het gezellig, hij leest er een boek. Maar wat valt er buiten allemaal te ontdekken? Met zijn zaklamp gaat hij op zoek in de duisternis.

Alle dieren zitten gezellig te picknicken, als het konijn plots moet plassen. Er zit maar één ding op: naar de weecee!
Maar dan moet iedereen naar de weecee…

Doorheen het bos loopt een drukke autoweg. Het is er dus heel gevaarlijk voor alle dieren die er leven. Bijna niemand die wil oversteken haalt ongedeerd de overkant.

Dit uitklapboek loodst je mee doorheen de nacht.

Een man en een vrouw hadden bijna alles: een fijn huis vol met alles wat ze ook maar nodig hebben, een grote tuin, twee ondeugende kinderen en werk waar ze veel van hielden.

De achterflap van deze dikke bundel vermeldt: “De B van bang, van boos en blij. De B van Balotje, want zij is net als jij!"

Aanrader

Het hoofdpersonage van dit verhaal, een ondernemend meisje, kan de slaap niet vatten en ‘speelt circus’ met de hond.

Terwijl zijn dorpsgenoten de toren van Babel bouwen, heeft een man een droom: hij wil vliegen. Hij maakt vleugels en beklimt de toren. De anderen vinden zijn idee maar niks.

Beer Albert ontwaakt uit zijn winterslaap en haast zich naar zijn lievelingsplekje. Dat is een mooie, stevige boom waar hij heerlijk kan liggen op een stevige tak.

Arthur is bang. Hij is er zeker van dat er een monster onder zijn bed zit met grote scherpe tanden en dat het hem wil opeten.

Karel heeft soms zijn duim in zijn mond, dat vindt hij fijn. Maar meestal is het lastig. Als hij een banaan wil eten, of als hij wil spelen. Dan kan hij zijn hand niet goed gebruiken.

De hele familie is op bezoek bij oma Pinguïn. Oma, Pim en Paultje verheugen zich al op het moment dat iedereen weer weg zal zijn.

Pagina's