Boeken per leeftijd

De ondertitel van dit vierkante 'doosboek' luidt: 'Bouw je eigen echt werkende automechanieken'.

Met een klein, eenvoudig verhaaltje krijgt de lezer/kijker/zoeker een aantal prenten waarin afbeeldingen van ridders verwerkt zijn.

Bert en Bart spelen met hun alsof-wapens (een gootsteen-plopper en een oude stofzuigerbuis) en schieten op ruimtewezens. Ze spelen dat Zurghs de aarde aanvallen en dat zij de aarde redden.

Plots is er veel water in het bos. Er is een meer dat steeds groter wordt. Er komt steeds meer water bij. Zo veel dat Vos en Haas en de andere dieren zich klaar maken om te verhuizen.

Dolfje moet steeds niezen als het volle maan is geweest. Hij blijkt allergisch te zijn aan weerwolfhaar! Wat een ramp, dan kan hij zelfs niet in de buurt van Noura of opa blijven.

Bouwen met Lego spreekt altijd je fantasie aan. Je kan je houden aan de bijgeleverde bouwplannen van je bouwdoos, of je kan je fantasie loslaten en compleet nieuwe dingen bedenken.

De eekhoorn, die aan zichzelf een vraag wil stellen, besluit een brief te schrijven. En zo volgt een voorzichtig heen-en-weer-schrijven met de wind als briefvoerder.

Muis en Draak zijn de beste vrienden. Muis is een ridder, ze is moedig en wil haar vriendin Draak altijd beschermen.

Frog de kleine kikker wordt door zijn ouders de wijde wereld ingestuurd. Ze vinden dat hij groot genoeg is om de wereld te verkennen en andere dieren te ontmoeten.

Wat doet een brandweerman? Waarmee is een onthaalouder de hele dag in de weer? Hoe ziet het werk van een vuilnisman eruit? En van een marktkramer? Wat doet een bakker?

De kippen hebben veel plezier wanneer de schapen geschoren worden. Wanneer Blater, de ram, aan de beurt is, wil hij niet dat de herders aan zijn wol komen.

Wanneer een wezel het kippenhok bedreigt, jagen de hanen hem weg. Ze blijven hem echter achtervolgen, zodat de moeders en de kleintjes alleen achterblijven.

Heksje Foeksia oefent voor de Heksen-spelen. Ze zou graag winnen en Bezem Werpen lukt nog niet goed. Wanneer de dag van de wedstrijd aanbreekt, heeft ze er veel zin in.

Hans en Marijn gaan naar zwemles. Marijn kan al zwemmen maar Hans moet nog veel oefenen. Na de les mogen ze nog even spelen. Marijn wil de duikplank proberen en daagt Hans uit om mee te gaan.

Foeksia vindt dat alles zo traag gaat. Vooral haar papa Kwark doet alles zo langzaam. Zelfs zijn spreuken zijn traag. Foeksia vindt dat ze iets moet doen, dus zoekt ze een snel-snel spreuk op.

Pagina's