Boeken per leeftijd

Op een warme lenteochtend ontmoeten Egel en Haas elkaar. Ze zijn nieuwsgierig en besnuffelen elkaar. En ze worden de beste vrienden. Vanaf die dag ontmoeten ze elkaar elke dag en doen alles samen.

Op een dag stapt Jan het politiebureau binnen. Hij wil graag agent worden. Maar de hoofdagent keurt hem af, hij is te klein. Ook Jaap en Janet willen agent worden, maar ook zij zijn te klein.

Olivier moet gaan slapen. Maar hij wil zijn mama nog zo veel vertellen. Dat schildpadden ook kaka doen. Dat hij haartjes in zijn neus heeft, net zoals zijn papa.

Buiten regent het. Maar dat vindt Sam niet zo erg, die geniet van een boek in de zetel. Haar hondje Bennie wil spelen, hij houdt niet van boeken.

Ventje heeft geen vriendje. Ventje speelt alleen. Er zijn alleen maar vriendjes van een ander om hem heen. Ventje zoekt een vriendje, op straat en in het bos.

Aanrader

Twee kleine insecten staren naar een groene stengel die uit de grond komt piepen. ‘Kek iz tak?’, vraagt de ene. ‘Weedk nietoor’, antwoordt de andere.

Mini vindt een prachtige schelp die ze cadeau wil geven aan haar gouden oma. Ze laat haar cadeau trots aan Poka zien. Morgen zal ze de mooie schelp opsturen met de post.

Antonia is altijd als eerste uit de veren. Ze houdt van zingen en wekt elke ochtend alle vogels van het bos met haar gezang. Maar daar zijn de andere vogels niet zo heel erg blij mee.

Iedereen is wel eens boos. Soms voor kleine dingen. Zoals Sofie, die boos werd op haar hond die haar schoen kapot beet en op haar broertje die haar tekening verknoeide.

Verdrietig zijn is niet fijn. Het kan zeer verschillende redenen hebben. Zo was Yara haar lievelingsknuffel kwijt. Ze kon er niet van slapen, zo erg miste ze hem.

Iedereen is wel eens bang. Dat voelt eigenaardig, maar het is niet ongewoon. Zo was Bram bang toen hij de eerste dag naar school moest.

Floris is een blije jongen. Vorige week ging hij op vakantie met zijn familie en ze deden de hele dag leuke dingen.

Een geel eendje ziet een mooie vijver en claimt deze meteen als zijn vijver. Dan komt er een wit eendje aan dat net hetzelfde zegt als het witte eendje: ‘Wat een mooie vijver. Dat is mijn vijver!’

De dag voor Kerstmis gaan opa en Thomas samen een kerstboom kopen, en een kerstkarper. In hun land eten de mensen met Kerstmis geen kalkoen of konijn maar een vis, namelijk een karper.

Het beeld op het plein en het beeld in het park: twee beelden staan naar elkaar te kijken. Ze kunnen elkaar niet bereiken.

Pagina's