Boeken per leeftijd

Lieveheershondje is een piepklein hondje. Zo klein zelfs dat niemand hem opmerkt. Om aandacht te krijgen, gaat hij iedereen bijten. Maar nog merken ze hem niet op.

Oscar de kleine beer weet het zeker, later wordt hij brandweerman. Wanneer de brandweerwagen langs rijdt, bekijkt hij jaloers de echte brandweermannen en –vrouwen.

Op een dag, aan het einde van de herfst, laat een man een kartonnen doos achter in het bos. In die doos zit Theo, een kleine hond. In paniek dwaalt hij door het bos.

Wiwi Wit, een kindertand in de mond van Marlies, is het hoofdpersonage in dit verhaal. Didi is haar ‘buurtand’. Samen met de andere tanden en kiezen vermalen zij Marlies’ eten.

Mine woont in een grijze wereld. Haar school is grijs en alle kinderen zijn grijs. Mine is vaak bang op school. Ze is bang dat er dingen mis zullen gaan.

Kleine Beer en papa Beer gingen een eindje wandelen. Vandaag zouden zij iedereen in het bos knuffels geven.

Haas zit in de tuin en leest een boek over het Oude Egypte. Zij zou er graag naartoe gaan. Naar de farao’s en de tempels en de piramides. Vos wil met haar mee want hij wil een echte mummie zien.

Wanneer Konijn in zijn hol wil kruipen, komt er een luide stem uit. Die noemt zich de grote grijpmedan en maakt Konijn erg bang. Kat komt hem helpen maar wordt ook bang van de stem.

We volgen drie jonge kinderen, een creatieve papa en een drukbezette mama in de voorleesverhalen van ‘Scheetjesles en andere voorleesverhalen over de bende van drie/vier’.

Bart en Edo zijn elkaars beste vrienden. Het zijn twee actieve jongetjes die samen urenlang buiten kunnen spelen op hun heuvel, elk met een grote kartonnen doos: hun ‘kartonnen kasteel’.

Regenboog, de mooiste vis van de zee, voelt zich thuis bij de glittervissen. Wanneer ze op een dag verstoppertje spelen, mag Regenboog iedereen zoeken. Maar hij kan niemand vinden.

Lucas wil niet naar school. Hij blijft liever thuis om naar het vogelnestje in de tuin te kijken. Vooral wanneer hij daar een reusachtig ei in vindt.

Eend wil graag nieuwe vrienden maken. Daarom gaat hij naar de leeuwenclub om lid te worden. Maar hij wordt afgewezen omdat hij niet kan brullen.

Mia heeft een lastige kleine broer. Hij volgt haar overal, gebruikt haar speelgoed, stoort haar als ze bezig is en vooral als ze wil lezen.

Als je wil horen waarom je bent geboren, dan krijg je van je papa een ander antwoord dan van je mama. En is het niet raar dat je mama ‘mama’ zegt tegen oma?

Pagina's